De laatste volle dag is aangebroken, morgen zitten we al in de lucht om via New York naar Amsterdam te vliegen.
Gisteren was het een lekker dagje - eerst met de bus naar Fremont Street en 's avonds een show in Riviera.
Aan de noordkant van de strip, maar vooral in Fremont Street hangt het oude Las Vegas sfeertje een "fear and loathing" gevoel. Het is allemaal wat ouderwets, op het verlopene af, lang niet zo hip als the Strip, maar dat is het 'm nu net.
We gaan aan de slag, wat maken van die laatste dag!
..:: from frisco to vegas ::..
vrijdag 13 april 2012
woensdag 11 april 2012
Viva Las Vegas!!
10 april 2012 - Death Valley revisited
Vandaag hebben we Death Valley aangedaan - en we zijn nog niet helemaal klaar.
Vanuit Lone Pine zijn we het park ingereden. Het allereerste deel hadden we gisteren al gedaan.
Daarna hebben we een groot aantal plaatsen bezocht in het park: een wandeling door het Mosaic Canyon vlak voor het plaatsje Stovepipe Wells), de Mesquite Flat Sand Dunes, Salt Creek (met pubis, bizarre visjes), de Harmony Borax Works (nabij Furnace Creek), Zabriskie Point, Dante’s View, Bad Water (laagste punt, 282 feet onder zeeniveau), Devil’s Golf Course, en Artists Drive.
Death Valley is enorm uitgestrekt en de highlights liggen ver uit elkaar. Je rijdt al gauw 40 mijl naar een bepaalde plek toe en moet dat hele eind daarna weer terugrijden om het volgende punt weer na 35 mijl te bereiken. Dat vreet tijd (en benzine trouwens).
Vandaar dat we niet alles wat we gepland hadden hebben kunnen doen. We zijn daarom naar Beatty gereden, in Nevada, net over de grens met California. Daar hebben we een sleazy motelletje gevonden.
's Avonds aten we een hapje in de Sourdough Saloon, tussen de locals. De Nevada zijn zó anders dan de Californiërs, veel meer vrijgevochten en aards,
Morgen gaan we weer eerst Death Valley in om de laatste zaken te bezichtigen en daarna rijden we naar Las Vegas. Zo is de tijd die we eerder wonnen tijdens deze trip toch nog nuttig besteedt.
Het was een lekker warme dag vandaag, we hebben 99 graden Fahrenheit (42 graden Celsius) als hoogste temperatuur gemeten. Hoe lager (in het dal), hoe heter. Zelfs om 19 uur ‘s avonds maten we nog deze temperatuur. Bovendien stond er een stevige bries.
Death Valley is onbeschrijfelijk mooi en bizar - zo verschrikkelijk veel verschillende landschapen, maar allemaal woestijn. Bergen in alle kleuren (letterlijk) van de regenboog, zoutvlaktes, kreken, zandvlaktes, rotsachtige gebieden, gravelvelden en alle mogelijke combinaties van bovenstaande. Naast de pupfish zie je niet veel beesten: een verdwaalde hagedis, wat vogels. Slangen en tarantula’s zouden er ook voorkomen maar hebben we niet gezien.
Verder is Death Valley ook historisch interessant: de borax mijnen (waar Chinezen uit San Francisco werkten), maar ook exploitatie van andere mineralen en zouten. Verder is er menig pioneer doorheen getrokken. Er wonen in de kleine plaatsjes wel wat mensen, vooral in houten huizen en caravans. Beetje apart sfeertje, maar dat brengt het woestijnleven wellicht met zich mee.
Morgen dus nog terug naar de dodenvallei, daarna naar Las Vegas!
Woensdag 11 april 2012
Lief dagboek,
Ik heb vandaag erg veel dikke mensen gezien. De één nog dikker dan de andere. Vooral vrouwen zijn erg dik, sommige hebben een geìnflateerde poes, alsof ze een opblaasbal in de broek dragen.
Vanochtend vetrokken we na getankt te hebben bij "Rebel" (zó Nevada - éénarmige bandieten in het tankstation) en ontbeten bij "Denny's" weer naar Death Valley. We hebben de Ubehebe krater bezocht - prachtig van vorm en kleur. Er stond echter een meer dan stvige bries, weliswaar van de kraterrand af, maar het was niet leuk meer. Met een temperatuur van hooguit 15 graden Celsius was het afzien dat het een aard had.
We hebben het park vervolgens vooral via de US190 doorkruist en zijn naar Las Vegas gereden. Bij het vliegveld hebben we onze trouwe witte Nissan Sentra ingeleverd, met welke we 2157 mijlen hebben afgelegd - geen kattepis!
Checkin in hotel New York New York, op de 24e verdieping. We hebben wat rongegelummeld, wat gedronken en gegeten en gaan zo naar een show: Crazy Horse in MGM.

Hasta la Vista!!
P.S. Bovenstaand dagboekfragment vonden we op straat - het is slechts te onderschrijven, wat een zwaarlijvigheid (onder andere)!!
Vandaag hebben we Death Valley aangedaan - en we zijn nog niet helemaal klaar.
Vanuit Lone Pine zijn we het park ingereden. Het allereerste deel hadden we gisteren al gedaan.
Daarna hebben we een groot aantal plaatsen bezocht in het park: een wandeling door het Mosaic Canyon vlak voor het plaatsje Stovepipe Wells), de Mesquite Flat Sand Dunes, Salt Creek (met pubis, bizarre visjes), de Harmony Borax Works (nabij Furnace Creek), Zabriskie Point, Dante’s View, Bad Water (laagste punt, 282 feet onder zeeniveau), Devil’s Golf Course, en Artists Drive.
Death Valley is enorm uitgestrekt en de highlights liggen ver uit elkaar. Je rijdt al gauw 40 mijl naar een bepaalde plek toe en moet dat hele eind daarna weer terugrijden om het volgende punt weer na 35 mijl te bereiken. Dat vreet tijd (en benzine trouwens).
Vandaar dat we niet alles wat we gepland hadden hebben kunnen doen. We zijn daarom naar Beatty gereden, in Nevada, net over de grens met California. Daar hebben we een sleazy motelletje gevonden.
's Avonds aten we een hapje in de Sourdough Saloon, tussen de locals. De Nevada zijn zó anders dan de Californiërs, veel meer vrijgevochten en aards,
Morgen gaan we weer eerst Death Valley in om de laatste zaken te bezichtigen en daarna rijden we naar Las Vegas. Zo is de tijd die we eerder wonnen tijdens deze trip toch nog nuttig besteedt.
Het was een lekker warme dag vandaag, we hebben 99 graden Fahrenheit (42 graden Celsius) als hoogste temperatuur gemeten. Hoe lager (in het dal), hoe heter. Zelfs om 19 uur ‘s avonds maten we nog deze temperatuur. Bovendien stond er een stevige bries.
Death Valley is onbeschrijfelijk mooi en bizar - zo verschrikkelijk veel verschillende landschapen, maar allemaal woestijn. Bergen in alle kleuren (letterlijk) van de regenboog, zoutvlaktes, kreken, zandvlaktes, rotsachtige gebieden, gravelvelden en alle mogelijke combinaties van bovenstaande. Naast de pupfish zie je niet veel beesten: een verdwaalde hagedis, wat vogels. Slangen en tarantula’s zouden er ook voorkomen maar hebben we niet gezien.
Verder is Death Valley ook historisch interessant: de borax mijnen (waar Chinezen uit San Francisco werkten), maar ook exploitatie van andere mineralen en zouten. Verder is er menig pioneer doorheen getrokken. Er wonen in de kleine plaatsjes wel wat mensen, vooral in houten huizen en caravans. Beetje apart sfeertje, maar dat brengt het woestijnleven wellicht met zich mee.
Morgen dus nog terug naar de dodenvallei, daarna naar Las Vegas!
Woensdag 11 april 2012
Lief dagboek,
Ik heb vandaag erg veel dikke mensen gezien. De één nog dikker dan de andere. Vooral vrouwen zijn erg dik, sommige hebben een geìnflateerde poes, alsof ze een opblaasbal in de broek dragen.
Vanochtend vetrokken we na getankt te hebben bij "Rebel" (zó Nevada - éénarmige bandieten in het tankstation) en ontbeten bij "Denny's" weer naar Death Valley. We hebben de Ubehebe krater bezocht - prachtig van vorm en kleur. Er stond echter een meer dan stvige bries, weliswaar van de kraterrand af, maar het was niet leuk meer. Met een temperatuur van hooguit 15 graden Celsius was het afzien dat het een aard had.
We hebben het park vervolgens vooral via de US190 doorkruist en zijn naar Las Vegas gereden. Bij het vliegveld hebben we onze trouwe witte Nissan Sentra ingeleverd, met welke we 2157 mijlen hebben afgelegd - geen kattepis!
Checkin in hotel New York New York, op de 24e verdieping. We hebben wat rongegelummeld, wat gedronken en gegeten en gaan zo naar een show: Crazy Horse in MGM.
Hasta la Vista!!
P.S. Bovenstaand dagboekfragment vonden we op straat - het is slechts te onderschrijven, wat een zwaarlijvigheid (onder andere)!!
Labels:
Artists Drive,
Bad Water,
Beatty,
California,
Crazy Horse,
Death Valley,
Lone Pine,
Mosaic Canyon,
Nevada,
New York New York,
Nissan Sentra,
pupfish,
Sourdough Saloon,
Ubehebe krater,
Zabriskie Point
maandag 9 april 2012
Death Valley
Van Three Rivers reden we via Porterville het park "Giant Sequoia National Monument" in, om nog het laatste stukje van het park mee te pikken. Heerlijk weertje, zo'n 80 - 82 graden Fahrenheit, en dat al om een uur of negen!
We hebben die weg, de US190, niet helemaal uitgereden. Er zijn geen sequoia's meer te bekennen. Hoewel het een prachtig gebied is, wilden we graag tijdig Death Valley bereiken en er waren nog heel wat mijlen te overbruggen. In Springville tankten we en wonnen we inlichtingen in over welke wegen open en welke nog gesloten zijn (Closed For The Season - we hebben het bordje vaak gezien, maar niet altijd op tijd).
Het advies was om helemaal om te rijden via de snelweg, maar de door onszelf bedachte route door het Sequoia National Forest langs Lake Isabella bleek ook een goede mogelijkheid.
Zo gezegd, zo gedaan: bij Bakersfield namen we de US178 door het bos. Wat een prachtige woeste natuur. Vrijwel de hele route, bijna tot aan de US395, reden we langs de rivier Kern. Het landschap veranderde voortdurend: eerst vol met grote keien en rotsen en een woeste Kern, daarna een wat lieflijker landschap bij Lake Isabella, vervolgens een woestijn met duizenden Joshua Trees.
We hebben die weg, de US190, niet helemaal uitgereden. Er zijn geen sequoia's meer te bekennen. Hoewel het een prachtig gebied is, wilden we graag tijdig Death Valley bereiken en er waren nog heel wat mijlen te overbruggen. In Springville tankten we en wonnen we inlichtingen in over welke wegen open en welke nog gesloten zijn (Closed For The Season - we hebben het bordje vaak gezien, maar niet altijd op tijd).
Het advies was om helemaal om te rijden via de snelweg, maar de door onszelf bedachte route door het Sequoia National Forest langs Lake Isabella bleek ook een goede mogelijkheid.
Zo gezegd, zo gedaan: bij Bakersfield namen we de US178 door het bos. Wat een prachtige woeste natuur. Vrijwel de hele route, bijna tot aan de US395, reden we langs de rivier Kern. Het landschap veranderde voortdurend: eerst vol met grote keien en rotsen en een woeste Kern, daarna een wat lieflijker landschap bij Lake Isabella, vervolgens een woestijn met duizenden Joshua Trees.
Binnen een vloek en een zucht waren we aan de rand van Death Valley. We hebben geprobeerd een kamer te krijgen in Panamint Springs, net binnen Death Valley, maar deze waren al verhuurd. Doorrijden had geen zin - het licht werd al minder van kwaliteit en we waren ook wel toe om te stoppen met rijden. We zijn teruggereden naar Lone Pine (alweer zo'n mooie naam voor een plaatsje). We hebben weer een kamer in een Comfort Inn Motel. We hebben inmiddels in het stadje gegeten, een plaatsje zoals we die kennen van de films. Nu nog even uitbuiken en morgen vroeg op om Death Valley in te trekken.
Morgenavond zullen we al in Las Vegas aankomen, één dag vroeger dan gepland. We zullen een hotel zoeken aan de noordkant van de stad, nabij Fremont Street, waar de oudere hotels zich bevinden. De dagen daarna zitten we in hotel New York New York, op the Strip.
Maar dat komt allemaal nog wel....
zondag 8 april 2012
Hoge bomen
Eerste Paasdag in Nederland, gewoon "Easter" in California, voor ons weer een dag hard werken! Het leven van een toerist is niet eenvoudig: je een weg banen door het gepeupel uit Frankrijk en Zwitserland (waarover later meer), auto rijden over bochtige weggetjes door de bergen, ploeteren door de sneeuw en vooral genieten van het vele moois wat de natuurparken te bieden hebben.
Vanuit Oakhurst vetrokken we vroeg naar King's Canyon National Park en (Giant) Sequoia National Park: beide parken lopen in elkaar over, één toegangsbewijs voldoet voor het gehele gebied. Ook hier zijn bepaalde wegen nog gesloten, naar verluidt vanwege lawinegevaar.
De natuur in Caliornia is overweldigend mooi. De letterlijke hoogtepunten van vandaag vormden de sequoia's, eeuwenoude naaldbomen die als reuzen in het woud staan tussen enorme sparren en dennen, maar die lijken nietig in vergelijking met de sequoia's.
Naar verluidt bevindt de grootste boom ter wereld, naar volume, zich hier en deze boom heeft ook een naam, en dat is "General Sherman". Voordat iedereen nu gaat faxen, mailen en bellen, dat is gerekend naar volume. Er zijn dus bomen die dikker zijn, of langer, maar deze knapen zijn bijna even dik aan de top als aan de voet en dat maakt ze zo massief.
Zoals boven te zien is op de foto, zijn de meeste sequoia's omgeven door een hek. De joekels wortelen namelijk niet erg diep. De wortels reiken maar tot ongeveer drie meter buiten de omtrek van de boom. Als alle toeristen bij, op en in de boom klauteren is er binnen de kortste keren niets meer over van de boom. Vele bomen hebben ook brandplekken, omdat men het kennelijk nodig vond om een grote fakkel te maken. Sommige van deze brandplekken zijn overigens al meer dan honderd jaar oud.
Ondanks de hekken zijn er toch nog veel lieden, met name van Franse makelij, die denken dat zo'n hek er voor de kat zijn viool staat en klimmen gewoon in de boom, voor de foto. We hebben het meerdere malen gezien en hiermee bevestigen de Fransen toch maar weer eens dat het waarschijnlijk het meest misselijke volk is dat op twee benen rondloopt. Daar komt nog bij dat ze slakken en hersenen eten en raar praten, maar dat terzijde.
We hebben de hele dag in de parken doorgebracht en hebben, toen we uitgekeken waren, een hotel gevonden in een plaatsje ten zuiden van het Giant Sequoia National Park, "Three Rivers".
Morgen gaat het weer verder: we pakken nog een stukje van een Sequoia Park mee en dan rijden we richting Death Valley, een aardig eindje te gaan. We hopen voor de ingang van het park een motel te vinden, zodat we dinsdag vroeg Death Valley binnen kunnen rijden. Later daarover meer!
Vanuit Oakhurst vetrokken we vroeg naar King's Canyon National Park en (Giant) Sequoia National Park: beide parken lopen in elkaar over, één toegangsbewijs voldoet voor het gehele gebied. Ook hier zijn bepaalde wegen nog gesloten, naar verluidt vanwege lawinegevaar.
De natuur in Caliornia is overweldigend mooi. De letterlijke hoogtepunten van vandaag vormden de sequoia's, eeuwenoude naaldbomen die als reuzen in het woud staan tussen enorme sparren en dennen, maar die lijken nietig in vergelijking met de sequoia's.
Naar verluidt bevindt de grootste boom ter wereld, naar volume, zich hier en deze boom heeft ook een naam, en dat is "General Sherman". Voordat iedereen nu gaat faxen, mailen en bellen, dat is gerekend naar volume. Er zijn dus bomen die dikker zijn, of langer, maar deze knapen zijn bijna even dik aan de top als aan de voet en dat maakt ze zo massief.
Zoals boven te zien is op de foto, zijn de meeste sequoia's omgeven door een hek. De joekels wortelen namelijk niet erg diep. De wortels reiken maar tot ongeveer drie meter buiten de omtrek van de boom. Als alle toeristen bij, op en in de boom klauteren is er binnen de kortste keren niets meer over van de boom. Vele bomen hebben ook brandplekken, omdat men het kennelijk nodig vond om een grote fakkel te maken. Sommige van deze brandplekken zijn overigens al meer dan honderd jaar oud.
Ondanks de hekken zijn er toch nog veel lieden, met name van Franse makelij, die denken dat zo'n hek er voor de kat zijn viool staat en klimmen gewoon in de boom, voor de foto. We hebben het meerdere malen gezien en hiermee bevestigen de Fransen toch maar weer eens dat het waarschijnlijk het meest misselijke volk is dat op twee benen rondloopt. Daar komt nog bij dat ze slakken en hersenen eten en raar praten, maar dat terzijde.
We hebben de hele dag in de parken doorgebracht en hebben, toen we uitgekeken waren, een hotel gevonden in een plaatsje ten zuiden van het Giant Sequoia National Park, "Three Rivers".
Morgen gaat het weer verder: we pakken nog een stukje van een Sequoia Park mee en dan rijden we richting Death Valley, een aardig eindje te gaan. We hopen voor de ingang van het park een motel te vinden, zodat we dinsdag vroeg Death Valley binnen kunnen rijden. Later daarover meer!
zaterdag 7 april 2012
Yosemite
We vertrokken zeer vroeg uit South Lake Tahoe naar Yosemite. Eerst namen we de US50 naar Placerville en vanaf daar de US49 South. Het landschap, tot dan toe sterk lijkend op kerstkaarten (sneeuw, bergen en dennenbomen) veranderde ineens in een glooiend landschap met veel gras en loofbomen. Het was net alsof we ineens naar een andere film zaten te kijken.
Onderweg zijn we een aantal keren gestopt voor koffie, tanken en vooral foto’s, want het landschap blijft hoe dan ook schilderachtig mooi.
Via de US120 kwamen we door het Stanislaus National Forest en reden we tegen half één het Yosemite National Park in.
Hoewel we niet het hele park door konden rijden, omdat de Tiogapas pas eind mei open gaat, hebben we wel de highlights kunnen zien (the Half Dome, the Bridalveil Waterfall, El Capitan) en nog veel meer moois. Het was overigens heerlijk warm weer, wel 64 graden Fahrenheit, een groot contrast met de koude van gisteren (steeds rond het vriespunt met als laagste temperatuur 27 graden Fahrenheit). Omrekenfactor naar Celsius: 32 graden aftrekken, dan vermenigvuldigen met 5 en delen door 8.
Omdat een plaatje meer zegt dan duizend woorden, hierbij twee foto’s.
We hebben een hotel gevonden net buiten Yosemite, in Oakhurst, boven Fresno. We wilden niet te lang of ver doorrijden - morgen weer een dag. We hebben een heerlijke jambalya gegeten in een tentje aan de overkant. Todd’s BBQ.
Morgen naar de sequoia’s!
Onderweg zijn we een aantal keren gestopt voor koffie, tanken en vooral foto’s, want het landschap blijft hoe dan ook schilderachtig mooi.
Via de US120 kwamen we door het Stanislaus National Forest en reden we tegen half één het Yosemite National Park in.
Hoewel we niet het hele park door konden rijden, omdat de Tiogapas pas eind mei open gaat, hebben we wel de highlights kunnen zien (the Half Dome, the Bridalveil Waterfall, El Capitan) en nog veel meer moois. Het was overigens heerlijk warm weer, wel 64 graden Fahrenheit, een groot contrast met de koude van gisteren (steeds rond het vriespunt met als laagste temperatuur 27 graden Fahrenheit). Omrekenfactor naar Celsius: 32 graden aftrekken, dan vermenigvuldigen met 5 en delen door 8.
Omdat een plaatje meer zegt dan duizend woorden, hierbij twee foto’s.
Morgen naar de sequoia’s!
vrijdag 6 april 2012
Mono Lake
Om een lang verhaal kort te maken - we slapen weer een nachtje in South Lake Tahoe, weer Motel Super 8, maar dan kamer 140 in plaats van kamer 136... :-)
We vertrokken vanochtend na een "ontbijt" richting Mono Lake met de bedoeling om vanuit Lee Vining het park Yosemite in te trekken. Het was een heel gedoe om op de 935 South te komen, omdat de Monitor Pass, waar we over wilden gaan, gesloten was. Waarschuwing nummer 1?
Uiteindelijk bereikten we via een omweg de 395 South en ging het via Topaz Lake (wow!) naar Mono Lake (overtreffende trap van wow -wower?!). De rit ernaar toe was al erg mooi. Stel je voor: besneeuwde bergen in de verte, daarvoor een lagere keten van lagere bergjes, maar dan groen, daarvoor weer een woestijnlandschap met bosjes in de kleuren lichtgroen, roodbruin, geelbruin, geel gras, kortom, een bont palet aan (pastel)kleuren en verschillende vormen. En dan Mono Lake: een binnenmeer van een enorme omvang. Het waterpeils is sinds de jaren veertig van de vorige eeuw behoorlijk gezakt vanwege wateronttrekking voor Los Angeles. Mono Lake is een sodameer (alkalisch). Omdat het waterpeil is gezakt door de wateronttrekking, zijn er bizarre sculpturen van calciumcarbonaat tevoorschijn gekomen.
Ontzettend mooi, onaards landschap (Wish you were here - Pink Floyd).
Vlak voor Mono Lake werd ons al duidelijk, via aankondigingen oop borden langs de weg, dat we niet via de geplande route Yosemite in zouden kunnen. We hadden al gelezen dat deze route gesloten zou zijn in de winter. Okay, er wordt in de bergen nog volop aan wintersport gedaan, maar winter is toch niet in april?
We zijn naar een informatiecentrum gegaan waar we ontzettend goed geholpen werden door twee zeer aardige vrijwilligers. By the way - iedereen is ontzettend vriendelijk en dat maakt het vertoeven hier, zowel in California als in Nevada, tot een groot plezier.
In het infocentrum leerden we dat het winterseizoen pas eind mei eindigt, naar lokale begrippen. Dat kun je als eenvoudige Hollander/Brabander ook niet weten, tenzij je je iets beter voorbereid hebt....
Onze bange vermoedens werden dus bevestigd - we konden niet vanaf deze kant Yosemite in. We zouden om moeten rijden, via South Lake Tahoe... jawel, weer terug, waar we uren daarvoor vol hoop vertrokken waren. We hebben nog anderhalf uur bij het meer genoten van het uitzicht op Mono Lake (Tufa) en hebben de terugtocht aanvaard. Op de heenweg zijn we vaak gestopt voor een foto en dergelijke, maar op de terugweg hoefde dat niet meer. Uiteindelijk zijn we dus weer in hetzelfde motel beland, omdat andere motels veel te duur waren, tot wel drie maal duurder.
Morgen vetrekken we vroeg, om via Placerville, ten westen van South Lake Tahoe, naar het zuiden af te zakken, naar de westelijke ingang van Yosemite. De tijd die we eerder deze week hebben gewonnen blijken we nu hard nodig te hebben om volgende week op de geplande dag in Las Vegas te arriveren. Een geluk bij deze zeer milde pech is wel dat we een extra park mee kunnen pikken, het Sequoia National Park.
We waren vanavond rond 18 uur weer terug in South Lake Tahoe en hebben het er even van genomen: wijntje in een wijnbar en daarna ons buikje rond bij de Pizzahut. We konden het niet helemaal op en hebben een doggiebag mee - morgen onderweg koude pizza nassen, zoals het een echte Amerikaan betaamt. Acting like the locals...!!
In South Lake Tahoe wordt er nog volop aan wintersport gedaan. Veel mensen lopen in skikleding in de hotels, bars en restaurants. Gisteren een mooi plaatje in het casino van Harveys - vele mensen kwamen het casino binnen in skipak, skischoenen nog aan en snowboard onder de arm. Wat een contrast met Las Vegas, waar iedereen in t-shirt en korte broek loopt.
Hoe dan ook, het was een goede vrijdag!!!
We vertrokken vanochtend na een "ontbijt" richting Mono Lake met de bedoeling om vanuit Lee Vining het park Yosemite in te trekken. Het was een heel gedoe om op de 935 South te komen, omdat de Monitor Pass, waar we over wilden gaan, gesloten was. Waarschuwing nummer 1?
Uiteindelijk bereikten we via een omweg de 395 South en ging het via Topaz Lake (wow!) naar Mono Lake (overtreffende trap van wow -wower?!). De rit ernaar toe was al erg mooi. Stel je voor: besneeuwde bergen in de verte, daarvoor een lagere keten van lagere bergjes, maar dan groen, daarvoor weer een woestijnlandschap met bosjes in de kleuren lichtgroen, roodbruin, geelbruin, geel gras, kortom, een bont palet aan (pastel)kleuren en verschillende vormen. En dan Mono Lake: een binnenmeer van een enorme omvang. Het waterpeils is sinds de jaren veertig van de vorige eeuw behoorlijk gezakt vanwege wateronttrekking voor Los Angeles. Mono Lake is een sodameer (alkalisch). Omdat het waterpeil is gezakt door de wateronttrekking, zijn er bizarre sculpturen van calciumcarbonaat tevoorschijn gekomen.
Ontzettend mooi, onaards landschap (Wish you were here - Pink Floyd).
Vlak voor Mono Lake werd ons al duidelijk, via aankondigingen oop borden langs de weg, dat we niet via de geplande route Yosemite in zouden kunnen. We hadden al gelezen dat deze route gesloten zou zijn in de winter. Okay, er wordt in de bergen nog volop aan wintersport gedaan, maar winter is toch niet in april?
We zijn naar een informatiecentrum gegaan waar we ontzettend goed geholpen werden door twee zeer aardige vrijwilligers. By the way - iedereen is ontzettend vriendelijk en dat maakt het vertoeven hier, zowel in California als in Nevada, tot een groot plezier.
In het infocentrum leerden we dat het winterseizoen pas eind mei eindigt, naar lokale begrippen. Dat kun je als eenvoudige Hollander/Brabander ook niet weten, tenzij je je iets beter voorbereid hebt....
Onze bange vermoedens werden dus bevestigd - we konden niet vanaf deze kant Yosemite in. We zouden om moeten rijden, via South Lake Tahoe... jawel, weer terug, waar we uren daarvoor vol hoop vertrokken waren. We hebben nog anderhalf uur bij het meer genoten van het uitzicht op Mono Lake (Tufa) en hebben de terugtocht aanvaard. Op de heenweg zijn we vaak gestopt voor een foto en dergelijke, maar op de terugweg hoefde dat niet meer. Uiteindelijk zijn we dus weer in hetzelfde motel beland, omdat andere motels veel te duur waren, tot wel drie maal duurder.
Morgen vetrekken we vroeg, om via Placerville, ten westen van South Lake Tahoe, naar het zuiden af te zakken, naar de westelijke ingang van Yosemite. De tijd die we eerder deze week hebben gewonnen blijken we nu hard nodig te hebben om volgende week op de geplande dag in Las Vegas te arriveren. Een geluk bij deze zeer milde pech is wel dat we een extra park mee kunnen pikken, het Sequoia National Park.
We waren vanavond rond 18 uur weer terug in South Lake Tahoe en hebben het er even van genomen: wijntje in een wijnbar en daarna ons buikje rond bij de Pizzahut. We konden het niet helemaal op en hebben een doggiebag mee - morgen onderweg koude pizza nassen, zoals het een echte Amerikaan betaamt. Acting like the locals...!!
In South Lake Tahoe wordt er nog volop aan wintersport gedaan. Veel mensen lopen in skikleding in de hotels, bars en restaurants. Gisteren een mooi plaatje in het casino van Harveys - vele mensen kwamen het casino binnen in skipak, skischoenen nog aan en snowboard onder de arm. Wat een contrast met Las Vegas, waar iedereen in t-shirt en korte broek loopt.
Hoe dan ook, het was een goede vrijdag!!!
donderdag 5 april 2012
Lake Tahoe
Het was even zoeken met al die wegversperringen, maar uiteindelijk vonden we onze weg uit Reno, richting Virginia City. We kwamen daar al vroeg aan, waardoor het een uitgestorven indruk maakte. Eerst maar koffie met iets lekkers (als ontbijt) in een koffieshop.
Virginia City is een stadje dat er nog uitziet als in de tijd van de goldrush, met uitzondering van de auto's die langs de straat geparkeerd staan. Toch erg leuk om er rond te kijken, je waant je in een andere tijd.
Aan het einde van de ochtend reden we via Carson City naar South Lake Tahoe. We zijn niet gestopt in Carson City (Capitol of Nevada), maar meteen doorgereden naar het meer. Om het meer, dat een beetje de vorm heeft van Corsica, loopt een weg die af en toe een mooi uitzicht geeft op het meer en de omgeving. De bergtoppen zijn vrijwel allemaal nog met sneeuw bedekt. Het is hier dan ook best wel koud, zo rond het vriespunt, af en toe sneeuwt het. Een deel van de weg om het meer pikten we al mee op weg naar South Lake Tahoe. Aan de kant van Nevada staan nog wat gokpaleizen, in California niet meer. Aan de Californische kant vonden we een motel, Super 8, zo'n typische zoals we ze van de films kennen.
Aan het begin van de middag begonnen we aan de autorit om het meer heen, maar niet voordat we de auto weer volgetankt hadden bij een, naar later bleek, Bulgaarse pomphoudster. Aardig mens, maar vol met klachten over the US of A maar ook over Bulgarije en eigenlijk over de hele wereld.
De autorit was een heerlijke rit vol afwisseling, zowel in landschap als in het weer. Emerald Bay was prachtig, met het enige eiland in het meer, Fannette Island. De zon scheen af en toe, soms sneeuwde het licht, soms ook beide... We hebben een kop soep gegeten in het Fat Cat Café in Tahoe City.
Weer in South Lake Tahoe stopten we bij het Harveys hotel/casino, om wat te gaan drinken en eten bij het Hard Rock Café. We hebben zelfs nog een heel klein gokje gewaagd, maar dat leverde niet veel op. Reken dus maar op onze terugkomst half april - het is wéér niet gelukt!
Morgen gaan we weer door naar Yosemite. We hadden gedacht twee dagen voor Lake Tahoe nodig te hebben, maar dat valt alleszins mee. We hebben nu al twee dagen op ons aanvankelijke schema ingelopen, zo voorspoedig loopt het allemaal. De extra dagen zullen we gebruiken om nog een extra lus aan onze reis te plakken. Maar zover is het nog niet. Ciao for now!!
Virginia City is een stadje dat er nog uitziet als in de tijd van de goldrush, met uitzondering van de auto's die langs de straat geparkeerd staan. Toch erg leuk om er rond te kijken, je waant je in een andere tijd.
Aan het einde van de ochtend reden we via Carson City naar South Lake Tahoe. We zijn niet gestopt in Carson City (Capitol of Nevada), maar meteen doorgereden naar het meer. Om het meer, dat een beetje de vorm heeft van Corsica, loopt een weg die af en toe een mooi uitzicht geeft op het meer en de omgeving. De bergtoppen zijn vrijwel allemaal nog met sneeuw bedekt. Het is hier dan ook best wel koud, zo rond het vriespunt, af en toe sneeuwt het. Een deel van de weg om het meer pikten we al mee op weg naar South Lake Tahoe. Aan de kant van Nevada staan nog wat gokpaleizen, in California niet meer. Aan de Californische kant vonden we een motel, Super 8, zo'n typische zoals we ze van de films kennen.
Aan het begin van de middag begonnen we aan de autorit om het meer heen, maar niet voordat we de auto weer volgetankt hadden bij een, naar later bleek, Bulgaarse pomphoudster. Aardig mens, maar vol met klachten over the US of A maar ook over Bulgarije en eigenlijk over de hele wereld.
De autorit was een heerlijke rit vol afwisseling, zowel in landschap als in het weer. Emerald Bay was prachtig, met het enige eiland in het meer, Fannette Island. De zon scheen af en toe, soms sneeuwde het licht, soms ook beide... We hebben een kop soep gegeten in het Fat Cat Café in Tahoe City.
Weer in South Lake Tahoe stopten we bij het Harveys hotel/casino, om wat te gaan drinken en eten bij het Hard Rock Café. We hebben zelfs nog een heel klein gokje gewaagd, maar dat leverde niet veel op. Reken dus maar op onze terugkomst half april - het is wéér niet gelukt!
Morgen gaan we weer door naar Yosemite. We hadden gedacht twee dagen voor Lake Tahoe nodig te hebben, maar dat valt alleszins mee. We hebben nu al twee dagen op ons aanvankelijke schema ingelopen, zo voorspoedig loopt het allemaal. De extra dagen zullen we gebruiken om nog een extra lus aan onze reis te plakken. Maar zover is het nog niet. Ciao for now!!
Abonneren op:
Posts (Atom)